Haven voor de lucht

20 april 2020

Ik hoorde er niets anders dan vogelgeluiden. Ik rook versgemaaid gras. En ik kwam geen mens tegen.

Inderdaad, ik was op de drukste luchthaven van de EU.

Normaal is dit een landschap met allemaal vliegtuigen er boven, die witte strepen in de lucht achterlaten. Nu staan de vliegtuigen op de grond, en de witte strepen ook.  De auto’s zijn van de parkeerplaatsen verdwenen. In de lucht?

 

Wat is een vliegveld als de vliegtuigen niet vliegen? Dan is het een groot asfaltgebied, met daarop doos-achtige objecten die de afgelopen tien jaar ook steeds meer langs de snelweg waargenomen worden. Maar het is ook een natuurgebied: de kerosinedamp heeft plaatsgemaakt voor de geur van gras en in plaats van het geluid van opstijgende en landende vliegtuigen hoor ik hier voor het eerst vogels. Die broedden nooit eerder zo ongestoord in de berkenbomen langs de parkeerplaatsen.

 

De motoren van de vliegtuigen zijn bedekt met een soort kapjes. Af en toe mogen die af: om de tien dagen moeten de motoren even draaien, vertelt een platform medewerker. Rust roest. Zullen we die motoren allemaal tegelijk aanzetten, of in een vooraf bedachte volgorde, als in een symfonisch ritueel om weer 10 dagen van stilstand te vieren?

 

Waar er ook maar plek is, worden vliegtuigen geparkeerd. Uit de combinatie van vliegtuigen en omgeving ontstaan interessante scenario’s, zeker daar waar een diep gat gegraven wordt.

 

De bodem staat vol, de lucht is leeg. Door de maatregelen zou de lucht tegenwoordig niet alleen leger, maar ook blauwer zijn dan normaal. De luchthaven is nu een haven voor de lucht alleen.