Sterrenhemel

13 april 2020

Als student schreef ik op de academie ergens vlak voor mijn afstuderen een tekst over de grenzen van het heelal. Die grenzen zag ik niet voor me als een verre lijn getekend rondom de ruimte. Ik beschouwde alle hemellichamen, de planeten en de sterren zelf als niet-heelal, waarmee hun oppervlak, of dampkring, samen alle grenzen van het heelal vormden. Een persoonlijke theorie die ik mij hier op Kampereiland opeens weer herinnerde.

In het kader van de IJsselkaravaan verkende ik met landschapsarchitect Peter Hermens in februari van dit jaar Kampereiland. Het stormde, wat hier op dit platte platteland betekent dat je nauwelijks rechtop kunt lopen of fietsen. Om elkaar enigszins te kunnen verstaan, verkenden we het gebied per auto. Ik ontwikkelde hier deze observatie.

Kampereiland is een heelal. Nergens kun je het einde ervan zien. Behalve dan als je achterom kijkt, naar Kampen. Maar wij kijken vooruit, terwijl wij in de Suzuki door dit heelal rijden. Om ons heen zien we talloze sterren. 

Elke ster heeft een nummer. Er zijn er bijna 200. Misschien zeggen de nummers iets over de volgorde waarin dit sterrenstelsel is ontstaan? Om dat uit te vinden, teken ik lijnen vanaf Erf 1 tot Erf 100. Is Erf 1 het oudste erf van Kampereiland? En kunnen deze erven verdwijnen, zoals sterren? Gaat dat dan met een klap of dooft een erf geleidelijk uit? Komt daar energie bij vrij?

Bij wijze van een dampkring wordt ieder erf omgeven door populieren. Hierbinnen is elk erf een eigen wereld. Als geheel vormen de erven een boeiende sterrenhemel.

Je zet je ruimteschip nooit zomaar op een onbekende planeet. Welke erven zijn bewoond? Waar zijn wij welkom?